ECLI:NL:CRVB:2015:1332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening AWBZ-zorg wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag voor AWBZ-zorg voor Begeleiding Individueel en Begeleiding in Groepsverband ingediend, welke door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) is afgewezen. Tevens is een eerder verleende indicatie voor Persoonlijke Verzorging niet verlengd. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een medisch advies dat stelde dat behandeling van obesitas en gerelateerde klachten voorrang heeft onder de Zorgverzekeringswet.
Verzoekster stelde vervolgens een hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening omdat zij meende spoedeisend belang te hebben vanwege haar ziekte en psychische klachten. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van concrete medische gegevens die het acute karakter van haar situatie aantonen, betekent dat er geen spoedeisend belang is. De enkele niet-medisch onderbouwde bewering van verzoekster volstaat niet.
De Raad benadrukte dat de voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen. De zaak dient in de bodemprocedure te worden beoordeeld. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting en zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.