ECLI:NL:CRVB:2015:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij geregistreerd partnerschap voor AOW-toekenning
Betrokkene had een langdurige relatie met mevrouw D, met wie hij in 1992 een woning kocht. Na beëindiging van de relatie in 1997 werd de woning gesplitst en gingen zij ieder hun eigen weg wat betreft huisvesting en levensonderhoud. In 2004 sloten zij een geregistreerd partnerschap met uitgesloten financiële zorgplicht, primair om fiscale redenen.
Betrokkene vroeg in 2012 een AOW-pensioen aan en gaf aan gehuwd maar duurzaam gescheiden te zijn. De Sociale Verzekeringsbank kende hem het maximale pensioen toe voor gehuwden/samenwonenden. Betrokkene maakte bezwaar, stellende dat hij en mevrouw D ieder hun eigen leven leiden sinds de splitsing van de woning.
De rechtbank oordeelde echter dat niet kon worden vastgesteld dat zij duurzaam gescheiden leven. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het geregistreerd partnerschap en de frequente contacten – zoals gezamenlijke vakanties en regelmatige ontmoetingen – wijzen op het ontbreken van duurzaam gescheiden leven. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard; betrokkene wordt niet als duurzaam gescheiden levend aangemerkt.