ECLI:NL:CRVB:2015:1367
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WMO-procedure
Verzoekster had een procedure gevoerd tegen het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden over haar aanspraken op hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Na hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd vastgesteld dat de totale behandelingsduur van het bezwaar en de rechterlijke fase vier jaar en tien maanden bedroeg, waarbij de rechterlijke fase alleen al vier jaar en twee maanden duurde.
De Raad beoordeelde dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, was overschreden. De behandeling door het college duurde vijf maanden, wat binnen de redelijke termijn viel, evenals de behandeling door de rechtbank van acht maanden. De overschrijding vond vooral plaats in de behandeling door de Raad, die ruim drie jaar en zes maanden in beslag nam, wat een overschrijding van één jaar en ruim zes maanden betekent.
Op grond van vaste rechtspraak werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000,-. De Raad wees proceskostenveroordeling af omdat geen proceshandelingen voor vergoeding in aanmerking kwamen. De uitspraak werd gedaan door J. Brand namens de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2015.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 2.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.