ECLI:NL:CRVB:2014:4276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toekenning hulp bij het huishouden op grond van de Wmo
Appellante, met beperkingen door een auto-ongeval, astma en reuma, ontving hulp bij het huishouden op grond van de Wmo. Na een verzoek tot uitbreiding van uren werd een besluit genomen waarbij het college haar 5,25 uur per week hulp toekende, later aangepast naar klasse 3 en 4 met een persoonsgebonden budget. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de toegekende uren onvoldoende waren, onder meer vanwege het gebruik van een berging als tweede slaapkamer, COPD-klachten, en het ontbreken van tijd voor warme maaltijden en boodschappen. Het college motiveerde haar besluit nader en bracht het pgb correct in overeenstemming met de indicatie.
De Raad oordeelde dat de berging geen slaapkamer is volgens algemeen spraakgebruik en dat de toegekende 90 minuten voor zwaar huishoudelijk werk passend is. Het medisch advies ondersteunde geen extra tijd voor COPD-gerelateerde schoonmaak. Het college hoefde geen tijd toe te kennen voor warme maaltijden en boodschappen omdat passende algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar zijn en appellante deze kan gebruiken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante. Vanwege de lange duur van de procedure werd het onderzoek heropend voor een beslissing over een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd; het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het onderzoek wordt heropend wegens mogelijke overschrijding van de redelijke termijn.