ECLI:NL:CRVB:2015:1402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten, terwijl zij volgens de minister niet daadwerkelijk woonde op het in de GBA geregistreerde adres. Na een huisbezoek en controle concludeerde de minister dat appellante niet op het GBA-adres woonde en herzag de studiefinanciering naar de thuiswonende norm, met terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de bevindingen, waaronder verklaringen van buren en de controleurs, aannemelijk maakten dat appellante niet op het GBA-adres woonde. Appellante voerde tegenbewijs aan, maar dit werd onvoldoende geacht.
In hoger beroep bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank. De aanvullende verklaringen van appellante en haar zus konden het oordeel niet wijzigen. Het rapport van de controleurs werd als betrouwbaar beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering studiefinanciering blijft gehandhaafd.