ECLI:NL:CRVB:2015:144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij en appellant een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten.
De Raad beoordeelde of appellanten gezamenlijk hoofdverblijf hadden en zorg voor elkaar droegen. Uit verklaringen van appellanten, waarnemingen en getuigenverklaringen bleek dat appellant langdurig en feitelijk bij appellante verbleef en dat sprake was van wederzijdse zorg, zoals gezamenlijke boodschappen en huishoudelijke taken.
Verklaringen van familie en vrienden die het tegendeel beweerden, werden minder zwaar gewogen omdat zij niet gebaseerd waren op eigen waarnemingen. De Raad concludeerde dat het college voldoende feiten had verzameld om de intrekking en terugvordering te rechtvaardigen en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding.