ECLI:NL:CRVB:2015:148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende openheid van zaken over bedrijf en levensonderhoud
Appellant diende op 2 januari 2013 een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens het intakegesprek verklaarde hij dat hij van juni 2009 tot juni 2012 een communicatiebedrijf in Marokko had. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht appellant om aanvullende stukken, waaronder bankafschriften, jaarrekeningen, bewijs van uitschrijving uit het handelsregister en een verklaring over zijn levensonderhoud vanaf 1 juli 2012.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet alle gevraagde gegevens had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel voldoende informatie had gegeven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hij geen volledige openheid van zaken had gegeven, onder meer doordat hij geen bewijs van uitschrijving uit het Marokkaanse handelsregister en geen bankafschriften had overgelegd.
De Raad overwoog dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een geldige grond is voor weigering van bijstand. Ook het argument dat het bedrijf geen waarde vertegenwoordigde, kon niet baten omdat jaarrekeningen over 2011 en 2012 ontbraken en de mogelijke inkomsten uit het bedrijf niet inzichtelijk waren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen wegens het niet volledig verstrekken van benodigde informatie.