ECLI:NL:CRVB:2015:1482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie begeleiding AWBZ wegens voorliggende zorg vanuit Zvw
Appellante, bekend met diverse lichamelijke en psychische klachten, had een indicatie voor begeleiding groep op grond van de AWBZ. Na een aanvraag tot uitbreiding met persoonlijke verzorging wees het CIZ deze af, behalve een beperkte indicatie voor persoonlijke verzorging. De indicatie voor begeleiding groep werd beëindigd per 2 mei 2013, omdat de psychische klachten in remissie waren en begeleiding onder de Zvw viel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij kosten had moeten maken en dat haar psychische klachten ernstiger waren dan erkend, onderbouwd met een nieuw behandelplan.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbrak voor het eerste besluit omdat de indicatie met terugwerkende kracht was hersteld en kosten vergoed werden. Ten aanzien van het tweede besluit stelde de Raad vast dat de medische adviezen zorgvuldig waren en dat de dagopvang en begeleiding onder de Zvw vallen. De indicatie voor AWBZ-begeleiding was daarom terecht geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet is aangewezen op AWBZ-begeleiding omdat behandeling en dagopvang onder de Zorgverzekeringswet vallen.