ECLI:NL:CRVB:2015:1540
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Verzoekster ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het dagelijks bestuur trok de bijstand met terugwerkende kracht in wegens onvoldoende medewerking bij het vaststellen van haar woonsituatie, waarna de kosten van bijstand werden teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen dit besluit ongegrond. Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij voldoende had meegewerkt en dat het besluit onterecht was. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening omdat haar woning ontruimd zou worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen financieel spoedeisend belang aannemelijk had gemaakt. Er was al bijzondere bijstand verleend om ontruiming af te wenden en verzoekster ontving inmiddels bijstand met een toeslag. Ook was niet aannemelijk dat de medebewoner niet kon bijdragen in de kosten.
De voorzieningenrechter wees erop dat de mogelijkheid tot voorlopige voorziening niet bedoeld is om de bodemprocedure te omzeilen. Er was geen zwaarwegend belang dat onmiddellijke voorziening rechtvaardigde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een financieel spoedeisend belang.