ECLI:NL:CRVB:2016:573
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ontruiming na intrekking bijstand
Verzoekster had bijstand ingetrokken gekregen wegens onvoldoende medewerking bij het vaststellen van haar woonsituatie, met terugvordering van kosten. Na bezwaar en beroep werd de bijstand alsnog toegekend, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekster deed een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een geplande ontruiming van haar woning, gebaseerd op een kantonrechterlijk vonnis.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bodemuitspraak op 23 februari 2016 gepland stond en dat verzoekster deze uitspraak kon afwachten. Er was geen sprake van onverwijlde spoed of een onomkeerbare situatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigde.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter O.L.H.W.I. Korte op 19 februari 2016.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de ontruiming van de woning is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.