ECLI:NL:CRVB:2015:1573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskredietaanvraag wegens onmogelijkheid schuldsanering met Bbz-krediet
Appellant, een zelfstandige ondernemer, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een bedrijfskrediet aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na advies van Friedeberg Consultancy BV en het Bureau Zelfstandigen werd geconcludeerd dat appellant aanzienlijke schulden had en dat schuldsanering noodzakelijk was om de levensvatbaarheid van zijn bedrijf te waarborgen.
Het college wees de aanvraag af omdat het niet mogelijk was om met het maximaal verantwoord Bbz-krediet van €78.000,- de schulden te saneren. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank vond dat de adviezen waarop het college zich baseerde zorgvuldig en gemotiveerd waren en appellant geen tegenbewijs had geleverd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze geen nieuwe inzichten boden en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af. De beslissing bevestigt dat zonder voldoende schuldsanering het bedrijf niet levensvatbaar kan worden gemaakt en het Bbz-krediet daarom terecht is geweigerd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor het bedrijfskrediet wordt bevestigd omdat het Bbz-krediet onvoldoende is voor schuldsanering en levensvatbaarheid.