ECLI:NL:CRVB:2015:1585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verplichtingen
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ voor zorginkoop. Het Zorgkantoor trok het pgb per 1 januari 2012 in vanwege twijfelachtige en onvolledige verantwoording van de besteding. Appellant overlegde meerdere tegenstrijdige zorgovereenkomsten en facturen die niet waren gespecificeerd naar gewerkte dagen, uren en tarieven.
Appellant maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en de weigering tot verlening van een nieuw pgb na een nieuwe indicatie per 27 februari 2012. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb in te trekken en de verlening te weigeren wegens niet-naleving van de verplichtingen uit de Regeling subsidies AWBZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep stelde appellant dat het Zorgkantoor onzorgvuldig had gehandeld door het pgb niet opnieuw toe te kennen na de nieuwe indicatie. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de zorgovereenkomsten onduidelijk en tegenstrijdig waren, de facturen niet gespecificeerd en betalingen niet te relateren aan facturen. Hierdoor was het Zorgkantoor bevoegd het pgb in te trekken en de verlening te weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en weigering van het pgb wegens niet-naleving van verplichtingen.