Appellant, geboren in 1946 in Turkije en werkzaam sinds 1982 bij een Turkse overheidsinstelling in Nederland, vroeg een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellant niet verzekerd was voor de AOW in Nederland en wees zijn aanvraag af. Appellant voerde aan dat hij op grond van het Besluit 3/80 verzekerd zou zijn geweest.
De Raad overwoog dat een pensioenoverzicht een besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk is, maar dat het aantal verzekerde jaren niet definitief vaststaat totdat het feitelijk pensioen wordt toegekend. De Raad stelde vast dat het Besluit 3/80 niet van toepassing is omdat het niet in de plaats treedt van het EVSZ, dat ook voor Turkije geldt. Verder oordeelde de Raad dat appellant als werknemer van de Turkse overheid onder de Turkse sociale zekerheidswetgeving valt en niet tegelijkertijd verzekerd kan zijn geweest in Nederland.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het beroep van appellant faalde omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij in Nederland verzekerd was voor de AOW in de jaren in geschil.