ECLI:NL:CRVB:2015:1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing terugvordering bijstand na vrijspraak strafrechter
Appellante ontvangt sinds 1999 bijstand en werd door het college terugvordering opgelegd voor de periode 29 maart 2004 tot en met 13 mei 2005 wegens niet gemelde werkzaamheden. Dit besluit werd eerder door rechtbank en Raad bevestigd. Na vrijspraak door de strafrechter op grond van onvoldoende bewijs, verzocht appellante het college de terugvordering op te heffen.
Het college wees dit verzoek af omdat de strafrechtelijke vrijspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die herziening rechtvaardigt. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ontvankelijk en ongegrond, omdat het verzoek om terug te komen op een rechtens onaantastbaar besluit niet slaagt zonder nieuwe feiten.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze lijn. De vrijspraak van de politierechter is geen nieuw feit dat het terugkomen op het besluit rechtvaardigt. De bestuursrechter is niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter, mede vanwege verschillen in rechtsvragen en procesrecht. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de terugvordering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.