ECLI:NL:CRVB:2015:1627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering lening Bbz ondanks verjaringsverweer en betwisting aflossing
Appellanten ontvingen een rentedragende lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) voor bedrijfskrediet en kosten van levensonderhoud. Een deel van de lening werd omgezet in bijstand om niet, maar het restant werd teruggevorderd. Na meerdere aanmaningen en invorderingshandelingen stelde het college een besluit vast waarin de openstaande hoofdsom en rente werden gespecificeerd.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de vordering verjaard was en dat met het besluit van 2012 een nieuw rechtsgevolg was gecreëerd door een nieuwe verdeling tussen bedrijfskrediet en kosten van levensonderhoud, die niet teruggevorderd mogen worden. Tevens stelden zij dat de lening was afgelost of kwijtgescholden.
De Raad oordeelde dat de vordering niet verjaard was vanwege stuitingshandelingen na 2006, waaronder inhoudingen op bijstand in 2008. Het besluit van 2012 was slechts een specificatie van het onherroepelijke besluit uit 2006 en bracht geen nieuw rechtsgevolg tot stand. De stellingen over aflossing of kwijtschelding waren onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de lening bevestigd.