ECLI:NL:CRVB:2015:1636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruik proces-verbaal bij besluit intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving bijstand van 2004 tot 2008 en aanvullende uitkering vanaf 2008. Naar aanleiding van een melding dat betrokkene mogelijk inkomsten en vermogen had die niet waren opgegeven, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit leidde tot een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om de bijstand over de periode 2006-2008 in te trekken en de kosten terug te vorderen, vanwege schending van de wettelijke inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering, ondanks dat het proces-verbaal van de politie als bewijs werd erkend. In hoger beroep stelde het college dat het proces-verbaal wel degelijk een voldoende grondslag biedt, met name vanwege het frequente casinobezoek en de niet gemelde gokwinsten van betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het proces-verbaal terecht aan het besluit ten grondslag is gelegd en dat betrokkene de inlichtingenplicht heeft geschonden door het casinobezoek en de winsten niet te melden. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank die het besluit herroept en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene wordt eveneens verworpen.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van bijstand blijven in stand; het proces-verbaal mag als bewijs worden gebruikt.