ECLI:NL:CRVB:2015:1640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet naleven revalidatieverplichting
Appellant ontvangt bijstand op grond van de WWB en is verplicht een revalidatietraject te volgen op basis van een medisch advies van september 2011. Het dagelijks bestuur legde hem deze verplichting op bij besluit van november 2011. Appellant startte het traject niet vanwege gezondheids- en mobiliteitsproblemen, maar onderbouwde dit niet met objectiveerbare medische gegevens na het besluit.
Het dagelijks bestuur verlaagde daarom de bijstand met 10% wegens het niet naleven van deze verplichting. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat appellant niet was gehoord, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant verwijtbaar had gehandeld. In hoger beroep betwist appellant de handhaving van de maatregel.
De Raad oordeelt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet te voldoen aan de revalidatieverplichting en onvoldoende medische onderbouwing te leveren. Het college was daarom bevoegd de bijstand te verlagen. De verlaging van 10% is lager dan de maximale 60%, waardoor appellant niet is tekortgedaan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 10% wegens het niet naleven van de revalidatieverplichting wordt bevestigd.