ECLI:NL:CRVB:2015:1668
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor woonruimte en hulpverlening
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het college te verplichten hem direct hulp te bieden in de vorm van geld voor het huren van woonruimte, mede op grond van een fonds voor proactief vreemdelingenbeleid. Hij verblijft momenteel bij een bejaarde vrouw met een gering inkomen en vindt de bed-bad-brood voorziening niet geschikt voor zijn situatie.
De voorzieningenrechter verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald welke opvangvoorzieningen minimaal moeten worden geboden. De bed-bad-brood voorziening die het college aanbiedt voldoet aan deze normen. Omdat verzoeker over onderdak beschikt, is er geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker mogelijk aanspraak kan maken op andere voorzieningen vanwege zijn verblijfsvergunning, maar dat dit via de juiste kanalen moet worden aangevraagd. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker over onderdak beschikt en de geboden opvangvoorziening voldoet aan de minimale eisen.