ECLI:NL:CRVB:2015:1710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening en terugvordering WAO-uitkering per 22 juni 2011
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bestreden besluit van 15 november 2011 vernietigde voor zover het de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering betreft. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had de WAO-uitkering van betrokkene beëindigd per 1 augustus 2007 en een terugvordering ingesteld van € 69.865,21.
In een tussenuitspraak stelde de Raad vast dat onvoldoende aannemelijk was dat betrokkene reeds vanaf 1 augustus 2007 werkzaam was, maar wel aannemelijk dat hij een jaar voor het afleggen van verklaringen al gedurende hele dagen werkte. Ter uitvoering van deze tussenuitspraak nam appellant een nieuw besluit op 16 maart 2015, waarin de herziening van de uitkering werd vastgesteld met ingang van 22 juni 2011 en de terugvordering op € 18.889,10 werd vastgesteld.
De Raad oordeelt dat dit besluit in overeenstemming is met de tussenuitspraak en verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond. Tevens bevestigt de Raad de vernietiging van het oorspronkelijke besluit voor zover het de herziening en terugvordering betreft. De Raad wijst erop dat de rechtbank niet heeft onderzocht vanaf welk moment betrokkene zijn inlichtingenverplichting niet is nagekomen, waardoor geen griffierecht wordt geheven.
Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, vastgesteld op € 1.225,- voor rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 maart 2015 wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het oorspronkelijke besluit wordt bevestigd.