ECLI:NL:CRVB:2015:173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf oktober 2011 bijstand en schreef in november 2011 een eenmanszaak in. Vanaf maart 2012 verrichtte hij zelfstandige werkzaamheden, maar meldde dit niet aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college trok de bijstand per juni 2012 in vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde aan dat hij het college op de hoogte had gesteld van zijn voornemen tot zelfstandigheid en dat hij onvoldoende inkomsten had om in zijn levensonderhoud te voorzien. De Raad oordeelde dat het voornemen niet gelijkstaat aan het daadwerkelijk verrichten van werkzaamheden en dat het niet melden van zelfstandige activiteiten een schending van de inlichtingenverplichting is.
De Raad stelde dat het college de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat de voorwaarden voor intrekking zijn vervuld. Appellant kon niet aantonen dat hij recht had op bijstand indien hij wel aan zijn meldingsplicht had voldaan, mede omdat hij geen relevante financiële stukken overlegde. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.