ECLI:NL:CRVB:2015:1737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering voorschot wegens onvoldoende bewijs betaling aan ambtenaar
Appellant, werkzaam bij WSD sinds 2002, kreeg een voorschot van €150,- dat begin 2013 werd teruggevorderd na afschaffing van het voorschotsysteem. Het dagelijks bestuur stelde dat het voorschot in 2002 was betaald en leverde een begin van bewijs met een bankafschrift en grootboekgegevens.
De rechtbank oordeelde dat appellant moest bewijzen dat hij het voorschot niet had ontvangen, wat appellant niet deed. In hoger beroep betwistte appellant de ontvangst en stelde dat het bankafschrift geen tegenrekening van hem vermeldde. Hij kon geen bankafschriften overleggen vanwege het lange tijdsverloop.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor het lange tijdsverloop en de bewijsnood van appellant. Omdat het bestuur slechts een begin van bewijs leverde en niet kon aantonen dat het bedrag daadwerkelijk op de rekening van appellant is gestort, is de bewijslast niet op appellant te leggen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het terugvorderingsbesluit en bepaalde dat het dagelijks bestuur het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit van het dagelijks bestuur wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van betaling van het voorschot aan appellant.