Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart de beroepen tegen de besluiten van 28 juni 2013 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg op 24 januari 2013 bijstand aan op grond van de WWB en gaf een woonadres op. Na een intake en het verstrekken van documenten ontving hij voorschotten van in totaal €1.050,-. Op 8 april 2013 werd een huisbezoek geprobeerd, waarbij bleek dat de benedenverdieping leeg stond en niemand werd aangetroffen. Betrokkene werd uitgenodigd voor een gesprek op 15 april 2013, maar verscheen niet zonder bericht van verhindering.
De aanvraag werd afgewezen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door de schending van de medewerkingsverplichting. De verstrekte voorschotten werden teruggevorderd. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks de schending het recht op bijstand kon worden vastgesteld en kende bijstand toe, waardoor de terugvordering onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: vanwege de onduidelijkheid over de woonsituatie en het niet verschijnen op het gesprek kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de besluiten ongegrond verklaard. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet aannemelijk gemaakt.
De Raad bevestigt dat het besluit tot afwijzing op 19 april 2013 is genomen en dat het niet nodig is dat betrokkene vooraf op de hoogte was van de twijfels over zijn woonsituatie. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van voorschotten worden ongegrond verklaard.