Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel uit wegens schouderklachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100% tot 1 januari 2013. Na een verzoek om IVA-uitkering beëindigde het UWV de WGA-uitkering per 1 januari 2013 vanwege een arbeidsongeschiktheid van 33,03% en een verdiencapaciteit van meer dan 65% van het oude loon.
Appellant verzocht om herkeuring wegens verslechtering van zijn gezondheid, maar het UWV handhaafde het oordeel dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief van 30 juli 2013 als beroepschrift had moeten worden aangemerkt en dat zijn beperkingen waren onderschat. De Centrale Raad oordeelde dat de brief slechts een aanvulling op het bezwaar tegen het tweede besluit was en bevestigde dat het beroep tegen het eerste besluit te laat was ingediend.
De Raad stelde vast dat het verzoek om herkeuring niet kon worden gezien als een verzoek tot herziening van het eerste besluit en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies volgens het CBBS, en er was geen reden voor een uitlooptermijn aangezien appellant al in 2010 was geïnformeerd over het einde van zijn uitkering.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om wettelijke rente af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.