ECLI:NL:CRVB:2015:1793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand
Appellante ontvangt sinds maart 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij heeft in december 2012 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand, welke kosten echter in 2011 zijn gemaakt en voldaan.
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees de aanvraag af, omdat de kosten niet meer actueel zijn en al voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij schulden had moeten maken om de kosten te voldoen en dat er sprake was van een reële schuld, waardoor bijzondere bijstand op grond van zeer dringende redenen had moeten worden verleend.
De Raad oordeelde dat een reële schuld alleen bestaat indien de kosten voor de dag van de aanvraag in rekening zijn gebracht, feitelijk door een ander zijn betaald en een terugbetalingsverplichting voldoende is aangetoond. Dit was niet het geval, waardoor het beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand omdat de kosten vóór de aanvraag zijn voldaan en geen reële schuld is aangetoond.