ECLI:NL:CRVB:2015:1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant diende op 1 maart 2013 een aanvraag om bijstand in en gaf een adres op waar ook drie andere personen stonden ingeschreven. De Dienst Werk en Inkomen startte een onderzoek vanwege twijfels over de juistheid van de opgegeven woonsituatie en inkomsten. Appellant verklaarde alleen te wonen en gaf uitleg over de inschrijving van anderen en zijn financiële situatie. Hij stemde in met een huisbezoek op 2 april 2013, maar weigerde uiteindelijk mee te werken aan het bezoek, ondanks meerdere pogingen van handhavingspecialisten om contact te leggen.
Het college wees de aanvraag af op grond van het niet voldoen aan de medewerkingsverplichting en onvoldoende informatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek vanwege de onduidelijkheden in de woonsituatie en inkomsten.
De Raad verwierp de stelling van appellant dat hij voldoende medewerking had verleend en dat het huisbezoek niet kon plaatsvinden vanwege tijdgebrek. Ook werd het argument dat een latere toekenning van bijstand bij een nieuwe aanvraag in aanmerking moest worden genomen, verworpen omdat dit buiten de beoordelingsperiode viel. De Raad concludeerde dat appellant zijn medewerkingsplicht heeft geschonden en bevestigde de afwijzing van de bijstand.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de medewerkingsverplichting door weigering van het huisbezoek.