ECLI:NL:CRVB:2015:1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.J.M. Heijs
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Recht op doorbetaling operationele toelage tijdens jaarlijkse vakantie voor politieambtenaren
Betrokkenen, werkzaam als senior politiesurveillant en aspirant allround politiemedewerker, ontvingen minder operationele toelage tijdens hun jaarlijkse vakantieperiode van 11 juli tot 14 augustus 2011. Naar aanleiding van het arrest Williams van het Hof van Justitie van de EU maakten zij bezwaar tegen deze vermindering. De rechtbank Limburg oordeelde dat er een intrinsiek verband bestaat tussen de operationele toelage en de uitvoering van de aan betrokkenen opgedragen taken, waardoor doorbetaling tijdens vakantie vereist is.
Appellant, de korpschef van politie, stelde in hoger beroep dat het werken op onregelmatige uren niet het wezen van de werkzaamheden bepaalt en dat de operationele toelage niet doorbetaald hoeft te worden tijdens vakantie, mede vanwege het Arbeidsvoorwaardenakkoord en de ontvangen vakantie-uitkering. De Raad verwierp deze argumenten, verwijzend naar het arrest Williams en de richtlijn 2003/88, en oordeelde dat de operationele toelage onderdeel is van het gebruikelijke loon dat doorbetaald moet worden.
De Raad benadrukte dat de vakantie-uitkering niet wegneemt dat betrokkenen een uitgesteld financieel belang ondervinden door de lagere operationele toelage tijdens vakantie. Ook het beroep op het arrest Gassmayr faalde omdat dit betrekking heeft op een andere richtlijn met een ander beschermingsdoel. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de operationele toelage tijdens de jaarlijkse vakantie moet worden doorbetaald.