ECLI:NL:CRVB:2015:1820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.J.M. Heijs
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Recht op doorbetaling van operationele toelage, consignatietoelage en overwerkvergoeding tijdens jaarlijkse vakantie
Betrokkene, werkzaam als rechercheur bij de politie, ontving tijdens haar jaarlijkse vakantie minder operationele toelage, consignatietoelage en overwerkvergoeding dan in voorgaande maanden. Zij maakte bezwaar tegen deze salarisinhoudingen, gesteund op het arrest Williams van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat bepaalt dat dergelijke vergoedingen tot het gebruikelijke loon behoren en tijdens vakantie doorbetaald moeten worden.
De rechtbank gaf betrokkene deels gelijk, maar wees de overwerkvergoeding af. Zowel betrokkene als de korpschef gingen in hoger beroep. De korpschef betoogde onder meer dat de variabele toelagen niet intrinsiek samenhangen met de functie en dat een vakantie-uitkering deze vergoedingen compenseert.
De Raad oordeelde dat het werken op onregelmatige uren en het bereikbaar zijn voor oproep een intrinsiek onderdeel vormen van de functie en dat de toelagen en vergoeding daarom tot het gebruikelijke loon behoren. Het beroep op het Arbeidsvoorwaardenakkoord en het arrest Gassmayr faalde. Ook de vakantie-uitkering compenseert niet het lagere bedrag aan toelagen tijdens vakantie.
De Raad vernietigde het besluit van 21 juni 2012 en het nadere besluit van 1 april 2014, waarbij een referentieperiode van drie maanden werd gehanteerd, en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing met een langere representatieve referentieperiode, bijvoorbeeld twaalf maanden. Tevens werd de korpschef veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Betrokkene heeft recht op doorbetaling van operationele toelage, consignatietoelage en overwerkvergoeding tijdens jaarlijkse vakantie met een representatieve referentieperiode.