ECLI:NL:CRVB:2015:1845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Ontslag op grond van fictieve aanvraag bij niet hervatten dienst na buitengewoon verlof
Betrokkene was gedetacheerd met buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging en hervatte haar dienst niet na afloop van dit verlof op 1 juli 2011. De minister verleende haar ontslag op grond van artikel 34e, eerste lid, van het ARAR, omdat zij geacht werd een ontslagaanvraag te hebben ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet had voldaan aan de vereiste zorgvuldigheid en motivering, met name omdat betrokkene niet expliciet was gewaarschuwd dat ontslag zou volgen bij het niet terugkeren van het verlof, zoals voorgeschreven in punt 11 van de circulaire. De rechtbank vernietigde het besluit en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond.
In hoger beroep betwistte de minister deze oordelen, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de minister geen duidelijke waarschuwing had gegeven en dat een extensieve interpretatie van de circulaire niet passend is gezien het ingrijpende karakter van het ontslag. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad wees ook stukken van betrokkene buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde en veroordeelde de minister in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt verworpen en het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een expliciete waarschuwing.