ECLI:NL:CRVB:2015:1860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor licht belastend werk bij WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank heeft dit besluit eerder bevestigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep stelt appellante dat haar beperkingen, met name energetische beperkingen en stemproblemen, onvoldoende zijn meegewogen. Psychiater Hassing stelde vast dat er geen objectief medisch bewijs is voor een urenbeperking, hoewel appellante subjectief energiek beperkt is.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de beperkingen adequaat zijn verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat appellante geschikt is voor psychisch en lichamelijk licht belastend werk. De Raad acht de medische beoordeling zorgvuldig en wijst het hoger beroep af, bevestigend dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad benadrukt dat de diagnose ongedifferentieerde somatoforme stoornis op zichzelf geen objectieve medische grond vormt voor arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA. Er is geen aanleiding om de eerdere beoordeling te herzien, en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellante geschikt is voor licht belastend werk.