ECLI:NL:CRVB:2015:1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhoging bijstand wegens staken opleiding partner om gezondheidsredenen
Appellant ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande met toeslag, waarbij de studiefinanciering van zijn partner in mindering werd gebracht. De partner stopte met haar opleiding en verloor daarmee de studiefinanciering. Appellant verzocht om verhoging van de bijstand, wat door het college werd afgewezen omdat de partner haar opleiding niet definitief hoefde te staken en zij redelijkerwijs over studiefinanciering kon beschikken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat medische redenen onvoldoende waren onderbouwd en dat de partner haar opleiding niet definitief hoefde te staken. In hoger beroep voerde appellant aan dat de partner vanwege gezondheidsproblemen en in overleg met haar mentor de opleiding had gestaakt, waardoor hij niet meer over de studiefinanciering kon beschikken.
De Raad oordeelde dat het volgen van de uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding aanspraak geeft op studiefinanciering, ongeacht of de partner deze daadwerkelijk ontving. De medische verklaringen boden geen bewijs dat de partner haar opleiding definitief moest staken en appellant had niet aannemelijk gemaakt dat opschorting met behoud van studiefinanciering niet mogelijk was. De studiefinanciering werd daarom terecht als middel aangemerkt waarover appellant redelijkerwijs kon beschikken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op verhoging van de bijstand omdat de partner haar opleiding niet definitief hoefde te staken en appellant redelijkerwijs kon beschikken over studiefinanciering.