ECLI:NL:CRVB:2015:1919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van feitelijke verdiensten en maatmaninkomen bij WAO-uitkering na wijziging CAO-loon
Betrokkene, een voormalig fulltime timmerman met een WAO-uitkering, meldde een CAO-loonsverhoging per 26 maart 2012 aan het Uwv, dat daarop zijn uitkering verlaagde op basis van gewijzigde feitelijke verdiensten. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit, stellende dat het Uwv ten onrechte de fiscaal belaste kilometervergoeding als SV-loon had meegerekend en een onjuiste reductiefactor had toegepast.
In hoger beroep stelde het Uwv dat het arbeidskundig onderzoek van 1 juni 2012 leidde tot een juiste toepassing van het SV-loon bij de berekening van de feitelijke verdiensten, inclusief de fiscaal belaste kilometervergoeding. De reductiefactor van 0,76 werd verantwoord door de urenomvang van 27,69 uur per week, rekening houdend met ATV-dagen, en het maatmaninkomen bleef ongewijzigd omdat de maatgevende arbeid niet was gewijzigd sinds 1 juli 2008.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht het SV-loon inclusief de belaste kilometervergoeding in aanmerking heeft genomen, aangezien de werkgever deze als SV-loon had verantwoord en betrokkene onvoldoende aannemelijk maakte dat de werkelijke onkosten hoger waren. Ook was de reductiefactor correct vastgesteld. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene faalde, omdat zijn bezwaren tegen de kilometervergoeding, vakbondscontributie en maatmaninkomen onvoldoende waren onderbouwd.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv tot verlaging van de WAO-uitkering blijft in stand.