ECLI:NL:CRVB:2015:1921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als senior jurist, meldde zich ziek na een auto-ongeval met whiplashklachten. Het UWV oordeelde dat appellant op 8 juli 2011 niet arbeidsongeschikt was, waarna een WIA-uitkering werd geweigerd. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Later meldde appellant zich ziek onder de WW en kreeg een ZW-uitkering, die het UWV beëindigde, ook na bezwaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had alle relevante gegevens betrokken en de rapporten waren consistent en concludent.
In hoger beroep verwees appellant slechts naar eerdere gronden zonder nieuwe feiten aan te voeren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen en bevestigde de uitspraken. Er was geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
De Raad concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek adequaat was en dat appellant belastbaar was binnen de vastgestelde beperkingen. De klachten werden niet geobjectiveerd en er was geen sprake van ernstige psychopathologie. De besluiten van het UWV werden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.