ECLI:NL:CRVB:2015:1931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning snorscooter als vervoersvoorziening op grond van Wmo ondanks verordening
Appellant, die vanwege diverse bewegingsbeperkingen een vervoersvoorziening nodig heeft, diende een aanvraag in voor een snorscooter. Het college wees dit af omdat een snorscooter als algemeen gebruikelijk vervoermiddel werd beschouwd en niet in de verordening was opgenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat een snorscooter de enige adequate vervoersvoorziening is gezien zijn medische situatie, wat ook door het CIZ werd bevestigd. Het college bood een vergoeding aan voor aanschaf en onderhoud van een snorscooter, gebruikmakend van de hardheidsclausule in de verordening.
De Raad oordeelt dat de snorscooter een geschikte voorziening is en dat het college terecht de hardheidsclausule toepaste. Om de impasse te doorbreken bepaalt de Raad dat de snorscooter met hoes in natura wordt verstrekt. Het besluit tot weigering wordt vernietigd en het college wordt opgedragen de voorziening toe te kennen. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Appellant krijgt een snorscooter met hoes als vervoersvoorziening in natura toegekend op grond van de Wmo.