ECLI:NL:CRVB:2015:1969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op kinderbijslag wegens ontbreken huishouden en onderhoudsbewijs
Appellante ontving kinderbijslag voor drie kinderen, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde dit omdat de kinderen niet tot haar huishouden behoorden en zij geen voldoende bijdrage in het levensonderhoud had geleverd.
De feiten toonden aan dat kinderen 1 en 2 grotendeels in Tunesië verbleven en niet bij appellante woonden, terwijl kind 3 bij de ex-echtgenoot verbleef. Appellante kon niet aantonen dat zij de kinderen voldoende financieel ondersteunde, bijvoorbeeld via controleerbare betalingen.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. Ook het argument dat sprake was van één gezamenlijk huishouden werd verworpen vanwege het ontbreken van feitelijk samenwonen.
De Raad concludeerde dat appellante geen recht had op kinderbijslag over de betwiste perioden en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op kinderbijslag wordt beëindigd wegens ontbreken van gezamenlijk huishouden en onvoldoende onderhoudsbewijs.