ECLI:NL:CRVB:2005:AU8086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering tweevoudige kinderbijslag voor gehandicapt kind in Marokko met speciaal onderwijs
Betrokkene maakte bezwaar tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om vanaf het tweede kwartaal van 2002 enkelvoudige kinderbijslag toe te kennen voor zijn dochter Mariam, die in Marokko speciaal onderwijs volgt vanwege haar verstandelijke handicap. De Svb stelde dat het onderwijs niet als onderwijs in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden aangemerkt en dat het onderwijs ook in Nederland gevolgd kon worden, waardoor geen sprake was van uitwonend zijn in verband met onderwijs.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ten onrechte deels niet-ontvankelijk en oordeelde dat het onderwijs niet voldeed aan de eisen van de AKW. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het onderwijs in Marokko substantieel is, erkend door de Marokkaanse overheid en vergelijkbaar met regulier onderwijs in Nederland, ook al wordt het niet afgesloten met een examen.
De Raad oordeelde dat er een voldoende causaal verband bestaat tussen het uitwonend zijn van Mariam en het volgen van onderwijs, mede omdat het leren van talen en cultuur samenhangt met het onderwijs. De toetsing door de Svb of het onderwijs ook in Nederland gevolgd kon worden, was onjuist. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing moet nemen, met vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd en tweevoudige kinderbijslag wordt toegekend met terugwijzing voor een nieuwe beslissing.