ECLI:NL:CRVB:2015:1988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na medische beoordeling verzekeringsarts
Appellante, werkzaam als medewerkster thuiszorg, meldde zich ziek wegens arm-, hand- en beenklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na meerdere medische onderzoeken concludeerde de verzekeringsarts dat zij per 12 juli 2013 weer geschikt was voor haar functie, waarop het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door klachten aan haar schouder, been en Diabetes Mellitus niet in staat was haar werk te verrichten en overhandigde medische verklaringen van diverse specialisten. De Raad beoordeelde het medisch dossier en oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat de medische informatie geen aanleiding gaf het standpunt te wijzigen.
De Raad concludeerde dat de verzekeringsarts terecht op grond van medische gronden de geschiktheid voor werk vaststelde en bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.