ECLI:NL:CRVB:2015:2027

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2015
Publicatiedatum
24 juni 2015
Zaaknummer
13-5108 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij brief verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Raad van 11 januari 2013, waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak ongegrond werd verklaard vanwege niet-betaling van griffierecht bij hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek onderzocht, waarbij verzoekster niet is verschenen en de Sociale verzekeringsbank zich heeft laten vertegenwoordigen. Volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een onherroepelijke uitspraak slechts worden herzien op basis van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Raad oordeelt dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze voorwaarden voldoen. Het verzoek om herziening is daarom ongegrond en wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

13/5108 ANW
Datum uitspraak: 24 juni 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 januari 2013, 12/528
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats], Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft bij brief, ontvangen door de Raad op 26 februari 2013, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 januari 2013, 12/528.
De Svb heeft geen reactie op dit verzoek om herziening ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2015. Verzoekster is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij zijn uitspraak van 11 januari 2013 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de uitspraak van de Raad van 4 mei 2012 ongegrond verklaard. De Raad heeft daartoe geoordeeld dat het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2011, 11/3209, terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
3. Verzoekster heeft gevraagd haar recht op nabestaandenuitkering opnieuw te beoordelen.
4. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht. Het verzoek om herziening bevat immers geen gronden die betrekking hebben op de reden waarom het verzet bij de uitspraak van 11 januari 2013 ongegrond is verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van als griffier
H.J. Dekker. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2015.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) H.J. Dekker

HD

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Rejète la demande de révison
Par conséquent, décidée par M.M. van der Kade en présence de H.J. Dekker en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 juin 2015.