ECLI:NL:CRVB:2015:2058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand en intrekking wegens niet-hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante vroeg bijstand aan en weigerde deel te nemen aan een project tot arbeidsinschakeling vanwege zwangerschap en medische beperkingen. Een verzekeringsarts stelde vast dat zij beperkt arbeid kon verrichten. Het college legde een maatregel op wegens weigering deel te nemen aan het project en verlaagde de bijstand.
Later stelde het college vast dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, wat zij niet had gemeld. Na onderzoek, waaronder een huisbezoek en buurtonderzoeken, concludeerde het college dat de woning niet bewoond werd en trok de bijstand in met terugvordering van betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Raad dat het medisch advies de beperkingen van appellante juist weerspiegelde en dat haar weigering verwijtbaar was. Verder was er voldoende feitelijke grondslag voor het niet-hoofdverblijf op het uitkeringsadres en de schending van de inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet vaststond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de bestreden besluiten en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van deelname aan het project en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet hebben van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres.