ECLI:NL:CRVB:2015:2059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden bij autohandel
Appellant ontving sinds eind 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding dat appellant werkzaam was bij een autohandel, voerde de afdeling bijzondere onderzoeken van de gemeente Rotterdam een onderzoek uit met dossieronderzoek, waarnemingen en een gesprek. Op basis hiervan trok het college de bijstand in per 26 juli 2012 en vorderde het de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant onder meer de juistheid van het gespreksverslag en stelde dat sprake was van persoonsverwisseling. De Raad oordeelde dat het gespreksverslag en de waarnemingen wel degelijk een juiste weergave van de feiten bevatten, en dat appellant daadwerkelijk op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte.
Verder werd het argument dat appellant arbeidsongeschikt was verklaard verworpen, omdat uit de waarnemingen bleek dat hij toch werkzaamheden verrichtte. Ook het ontbreken van het college tijdens de hoorzitting werd niet als schending van hoor en wederhoor beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd niet onderbouwd en daarom niet gevolgd.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en het besluit tot intrekking van de bijstand, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand bevestigd.