ECLI:NL:CRVB:2015:2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na eerdere vernietigingen wegens motiveringsgebrek, verklaarde het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond met een onderbouwd medisch en arbeidskundig oordeel.
De rechtbank verwierp het beroep van appellant, onder meer omdat het UWV de beslistermijn niet had overschreden, het zorgvuldigheidsbeginsel was nageleefd en het medisch onderzoek voldoende was. Ook het arbeidskundig oordeel en de gehanteerde maatstaf voor het maatgevende inkomen werden als juist beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen nieuwe feiten of medische gegevens die het besluit konden ondermijnen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te weigeren wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.