ECLI:NL:CRVB:2015:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.E.V. Lenos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aflossingscapaciteit in hoger beroep tegen UWV-besluit over WAO-schuld
Appellant was door het UWV verplicht tot terugbetaling van een onverschuldigd betaalde WAO-uitkering van €182.660,47 over de periode 2000-2007. Het UWV stelde de maandelijkse aflossingscapaciteit vast en weigerde vermindering op grond van vermeende lagere netto-inkomsten door samenloop van pensioenen en ziektekostenpremies van echtgenote.
De rechtbank vernietigde het eerste besluit over de aflossingscapaciteit, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep werd betoogd dat de berekening van de aflossingscapaciteit onvoldoende rekening hield met de fiscale gevolgen van twee inkomensbronnen en met de premie van de ziektekostenverzekering van appellant's echtgenote.
De Raad oordeelde dat de berekening in overeenstemming is met de Regeling en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en dat alleen de premie van appellant zelf in aanmerking wordt genomen. Het eigen risico van de ziektekostenverzekering valt onder normale bestaanskosten en wordt niet meegenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.