ECLI:NL:CRVB:2015:2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 12 mei 2006. Na anonieme tips startte de gemeente Den Haag een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met appellant op het uitkeringsadres. Uit dossieronderzoek, getuigenverklaringen en verhoren bleek dat appellanten vanaf 27 maart 2008 samenwoonden en een gezamenlijke huishouding voerden.
Het college trok daarom bijstandsuitkeringen met ingang van die datum in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank wees de beroepen van appellanten af. In hoger beroep voerden appellanten procedurele bezwaren en betwistten zij het gezamenlijke hoofdverblijf, maar deze werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het huurcontract, verklaringen van appellanten en getuigen voldoende bewijs leverden voor gezamenlijke huishouding. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.