ECLI:NL:CRVB:2015:2154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1993. In 2011 werd bij hun woning een hennepkwekerij aangetroffen met planten, hennepresten en apparatuur, evenals een gemanipuleerde elektriciteitsmeter. Ondanks hun ontkenning van betrokkenheid, kon het college niet vaststellen dat zij recht op bijstand hadden vanwege schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat de omvang en aard van de aangetroffen hennepactiviteiten ernstig genoeg waren om te vermoeden dat appellanten betrokken waren bij illegale hennepteelt en handel. Appellanten konden dit niet aannemelijk weerleggen. De Raad onderschreef dit oordeel en wees op het bewijs van fraude met de elektriciteitsmeter.
De Raad concludeert dat appellanten onvoldoende duidelijkheid hebben verschaft over hun betrokkenheid en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken met ingang van 21 december 2011. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.