Werkneemster, filiaalhoudster bij appellante, beviel in maart 2012 van een tweeling na een gecompliceerde zwangerschap met TTS-syndroom. Na afloop van haar Wazo-uitkering meldde zij zich ziek met psychische klachten. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschap of bevalling, omdat het causaliteitsverband onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat werkneemster al tijdens de zwangerschap psychische klachten had en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep erkende dat zonder de zwangerschap de ontregeling niet zou hebben plaatsgevonden. Het standpunt van het UWV dat geen rechtstreeks verband bestond werd als onvoldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het besluit van het UWV en bepaalt dat werkneemster vanaf 11 juli 2012 recht heeft op een Ziektewetuitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.