Uitspraak
.Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. P.J.C. Bolton, kantoorgenoot van mr. Van Ek. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y.J.P. Pozun.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, aanvankelijk naar de gezinsnorm, later als alleenstaande na verhuizing van haar echtgenoot. Het college trok de bijstand in vanaf 19 februari 2011 wegens het niet duurzaam gescheiden leven van appellante en haar echtgenoot, mede gebaseerd op een anonieme melding en vakantie samen met het gezin.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende feitelijke grondslag bieden voor de conclusie dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden in de periode van 19 februari 2011 tot 8 augustus 2011 en van 25 augustus 2011 tot 11 november 2011. Vanaf 12 november 2011 is er wel voldoende bewijs voor het niet duurzaam gescheiden leven.
Het college was niet bevoegd om de bijstand terug te vorderen over de genoemde periodes met onvoldoende grondslag. De Raad vernietigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering voor deze periodes en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periodes 19 februari 2011 tot 8 augustus 2011 en 25 augustus 2011 tot 11 november 2011.