Uitspraak
19 december 2012, 12/5863 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig militair bij de Koninklijke Marechaussee, solliciteerde op 6 september 2011 naar een functie als Reservist Specifieke Deskundigheid bij het 1-CIMIC bataljon. De minister van Defensie wees de sollicitatie af omdat appellant niet beschikte over de vereiste ruime ervaring als projectmanager of consultant in de civiele sector, noch over specifieke deskundigheid die binnen Defensie ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad overwoog dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft bij sollicitaties en dat de rechter slechts terughoudend toetst of het oordeel redelijk is.
De Raad stelde vast dat appellant zijn ervaring als militair had opgedaan en niet in de civiele sector, zoals vereist voor de functie. De minister legde uit dat civiele ervaring andere omgangsvormen en werkwijzen kent, wat een toegevoegde waarde biedt binnen Defensie. Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat eerdere aanstellingen onder andere omstandigheden plaatsvonden.
Ook de stelling dat een nieuwe commandant negatief over zijn sollicitatie had geadviseerd, leidde niet tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat de sollicitatieprocedure correct was gevolgd en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de sollicitatie bevestigd.