Uitspraak
12 september 2013, 12/1325 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant viel uit wegens een tumor en een verkeersongeval met nek-, schouder- en rugklachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt voor passende arbeid, wat leidde tot weigering van een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische informatie voldoende was en het oordeel van de verzekeringsarts Waasdorp niet werd betwist met nieuwe medische gegevens. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat.
De Raad oordeelde dat de rapporten van verzekeringsartsen Van der Hart en Waasdorp zorgvuldig en concludent zijn en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze onjuist zijn. De arbeidskundige rapporten tonen aan dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand. Er is geen aanleiding voor vergoeding van wettelijke rente of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.