ECLI:NL:CRVB:2015:2218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en afwijzing invordering Wajong-uitkering na detentie
Appellant ontving vanaf 2004 een Wajong-uitkering die in 2007 werd ingetrokken vanwege detentie langer dan een maand. Het UWV vorderde onverschuldigde uitkeringen terug en legde invorderingskosten op. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde appellant dat de besluiten niet deugdelijk waren bekendgemaakt omdat zij naar een adres werden gestuurd waar hij niet meer verbleef. Ook stelde hij dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn situatie. De Raad oordeelde dat het UWV de besluiten naar het laatst bekende adres had gestuurd en dat appellant niet had voldaan aan zijn verplichting om een adreswijziging door te geven.
De Raad vond dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn belangen niet kon behartigen en wees erop dat zijn moeder als tussenpersoon optrad. Omdat appellant geen afzonderlijke gronden tegen het besluit over de invordering had aangevoerd, werd ook dat besluit in stand gelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.