ECLI:NL:CRVB:2015:226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Poolse uitkering niet in mindering op Nederlandse kinderbijslag wegens verschillende aard
Betrokkene, een in Nederland werkzame Poolse werknemer, ontving Nederlandse kinderbijslag voor zijn in Polen woonachtige gehandicapte zoon. Tegelijkertijd ontving het gezin een Poolse uitkering (Zasilek pielegnacyjny) voor de zorg van deze zoon. De Sociale Verzekeringsbank bracht de Poolse uitkering in mindering op de Nederlandse kinderbijslag, omdat zij deze Poolse uitkering als gezinsbijslag beschouwde.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de Poolse uitkering niet als gezinsbijslag in de zin van de Verordeningen kan worden aangemerkt. In hoger beroep handhaafde de SVB haar standpunt, stellende dat de Poolse uitkering wel gezinsbijslag is en van dezelfde aard als de Nederlandse kinderbijslag.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de Poolse uitkering een inkomensonafhankelijke toelage is voor medische zorg aan ouders van een gehandicapt kind, vergelijkbaar met de Nederlandse TOG-uitkering, die een andere doelstelling heeft dan de algemene kinderbijslag. Daarom zijn deze uitkeringen niet van dezelfde aard in de zin van artikel 12 van Pro Verordening 1408/71. De Poolse uitkering mag dus niet in mindering worden gebracht op de Nederlandse kinderbijslag.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verving het vernietigde besluit door deze uitspraak. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Poolse uitkering is niet van dezelfde aard als de Nederlandse kinderbijslag en mag niet in mindering worden gebracht.