ECLI:NL:CRVB:2022:1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen besluiten gezinsbijslag wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen meerdere besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) omtrent haar recht op Nederlandse gezinsbijslag, waaronder kinderbijslag en kindgebonden budget. De Svb had eerder het recht op gezinsbijslag definitief vastgesteld en nabetalingen toegekend, waarbij de Zwitserse gezinsbijslag in mindering werd gebracht. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar een deel van haar bezwaren werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij te laat was met het indienen van bezwaar of omdat reeds eerder op hetzelfde besluit was beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en het beroep tegen de gegrondverklaring niet-ontvankelijk. Appellante voerde onder meer aan dat zij door onjuiste verwijzingen van de Svb naar jurisprudentie was misleid, waardoor zij niet tijdig bezwaar of beroep had ingesteld. Ook stelde zij dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar was vanwege begrijpelijke verwarring.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inderdaad verhindert dat tweemaal inhoudelijk op hetzelfde bezwaar wordt beslist. Daarnaast is de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar, omdat appellante zelf verantwoordelijk is voor het controleren van de juistheid van de verwijzingen in de besluiten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.